
Door Dirk Seel
De recente hoge volatiliteit van de rijstprijzen, ingegeven door vrees voor ernstige voorraadtekorten, heeft ons gesterkt in ons geloof dat de wereld momenteel slechts een adempauze heeft ingelast in de voedselcrisis die eind 2007 begon. De structurele onevenwichtigheden, op de spits gedreven door de verhoogde inkomsten in de opkomende markten, de stijgende productie van gesubsidieerde biobrandstoffen, meteorologische anomalieën door de klimaatwijziging, zijn niet van de baan. Vandaag zijn de dramatische gevolgen van de piekende voedselprijzen vooral in India voelbaar.
Historisch is dit land altijd zelfbedruipend geweest voor belangrijke oogsten zoals rijst, graan, maïs, gierst en peulvruchten. Maar die autonomie verbergt een stagnering van de Indiase landbouwsector na tientallen jaren van onderinvestering terwijl het inkomen en de appetijt van de bevolking toenemen. Daardoor zijn de plaatselijke prijzen voor linzen, vlees, zuivelproducten, groenten en fruit – kortom de prijzen voor voedsel met een hoge voedingswaarde – fors gestegen. Dit vormt vooral een probleem voor stedelijke en landelijke gezinnen met een laag inkomen die hun traditionele voedselpatronen niet langer kunnen bekostigen. Bovendien is de prijsstijging wereldwijd voelbaar. Het meest sprekende voorbeeld is de suikerprijs die dicht bij zijn record over 29 jaar blijft, niet in het minst door de negatieve impact van de droogte op de Indiase suikerproductie. Dit laatste aspect onderstreept en ander verontrustend signaal: hoewel akkerland twee derden van het grondgebied inneemt en de helft van de werkende bevolkgin in de landbouw is tewerkgesteld, hangt India meer en meer af van de import van goederen om de tekorten van de eigen productie op te vangen.
India’s mislukte landbouwbeleid heeft honger, voedselonzekerheid en ondervoeding veroorzaakt. Om te garanderen dat basisvoedingsmiddelen beschikbaar zijn voor de armen en om sociale onrust te voorkomen, zal de Indiase regering voedselveiligheid bovenaan de politieke agenda moeten plaatsen. Er moet zwaar worden geïnvesteerd in landbouwinfrastructuur. Kleinschalige irrigatieprojecten zijn een goed voorbeeld van haalbare en duurzaam middelen om de productiviteit van landbouwers te verhogen en hun afhankelijkheid van moessonregens te beperken. Ook de bevoorrading in graangewassen is aan hervorming toe. ‘s Lands bestaande openbare distributiesysteem is niet in staat om tegemoet te treden aan de specifieke behoeften van de verschillende werkende klassen. En ten laatste, maar daarom niet minder belangrijk, moet het land de nefaste invloed van de lobby’s aanpakken. Pas dan kan er misschien een einde komen aan de inflatie van de voedselprijzen.