
Door Martina Jung
De internationale conferentie over klimaatverandering van de Verenigde Naties die dit jaar in Kopenhagen samenkomt, zal er misschien niet in slagen om overeenstemming over een wereldwijd klimaatverdrag te bereiken, maar de kans is wel erg groot dat de sector van hernieuwbare energie er als winnaar uit de bus komt.
Het ultieme doel van de conferentie is het afsluiten van een wereldwijd klimaatverdrag waarin de grote economieën instemmen met bindende doelstellingen om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen en enenals met de invoer van ‘cap-and-trade’-mechanismes (d.w.z het beperken van de algemene hoeveelheid emissierechten, maar binnen die grenzen mogen deelnemers wel vrij emissierechten kopen en verkopen). De Europese Unie heeft al multinationaal systeem van emissiehandel (European Union Emissions Trading Scheme of ‘ETS’) ingevoerd, maar de grootste uitdaging waar de VN in Kopenhagen voorstaat, is het bereiken van een overeenkomst over de bijdrage van ‘s werelds grootste vervuilers, de VS en China.
De Amerikaanse regering bespreekt momenteel een ontwerptekst die een krachtig instrument moet worden om de grootste vervuilers wereldwijd – vooral China – ervan te overtuigen om een bindende wetgeving voor de vermindering van de uitstoot goed te keuren. Maar nu de VS worstelt met de effecten van de financiële en economische crisis, groeit het verzet tegen het geplande ‘cap-and-trade’-wetsvoorstel.
China zet van zijn kant de eerste aarzelende stappen in de richting van een vermindering van de uitstoot. De Chinese president Hu Jintao maakte onlangs bekend dat hij de toename van de CO2-uitstoot in zijn land in verhouding tot de economische groei wil afremmen. Maar hij weigert daar vaste cijfers op te kleven en hij blijft bij zijn standpunt dat rijkere landen moeten betalen voor armere landen om de CO2-uitstoot te beperken.
Ondanks de geleverde inspanningen is de kans klein dat de VS naar Kopenhagen zullen komen met een afgewerkt ‘cap-and-trade’-wetsvoorstel. Noch zal China zich bereid tonen om zijn verbintenissen ter zake tegen december in exacte cijfers om te zetten. Maar de deelnemers aan de conferentie in Kopenhagen zullen er wellicht wel in slagen om een heldere strategie uit te stippelen voor een verhoogde productie van hernieuwbare energie.
De VS hebben in het kader van hun economisch stimuleringsprogramma al maatregelen goedgekeurd om het gebruik van hernieuwbare energie te ondersteunen. Er moeten alleen nog wat problemen in verband met de uitvoering worden weggewerkt. Die inspanningen zouden een draagvlak moeten creëren voor meer ambitieuze doelstellingen op het gebied van de installatie van hernieuwbare energiecapaciteit in de VS.
China heeft ook al stappen gezet om hernieuwbare energie te bevorderen. Het land heeft zich tot doel gesteld om 15% van zijn energiebehoeften tegen 2020 uit hernieuwbare bronnen te halen. De Chinese regering werkt momenteel aan een subsidieprogramma voor hernieuwbare energie. Wellicht zal de Chinese regering hierover als onderdeel van zijn bijdrage aan de besprekingen in Kopenhagen meer details bekendmaken.
Hernieuwbare energie is een absolute voorwaarde om de CO2-uitstoot te verminderen en biedt landen zoals China een aanvaardbare manier om dit probleem aan te pakken. Zowel de uitbreiding van de hernieuwbare energieproductie als het ‘cap-and-trade’-systeem zal wegen op de balansen van de nationale economieën, maar de ontwikkeling van plaatselijke industrieën voor hernieuwbare energie kan ook banen creëren. Verwacht wordt dus dat Kopenhagen zal uitpakken met ambitieuze verbintenissen van lidstaten van de VN voor de opwekking van hernieuwbare energie, gekoppeld aan de invoering van cruciale maatregelen om die doelstellingen te bereiken.
