
Door Adam Child
Japans vierde relanceprogramma dat in april is aangekondigd, bood aanzienlijke ondersteuning voor cruciale duurzame domeinen: 2 biljoen JPY (20 miljard USD) voor gezondheidszorg bovenop de al beloofde miljard JPY (7 miljard USD) in het kader van de vorige overheidsinjecties. Nog belangrijker is dat die middelen vooral moeten gaan naar R&D en een verbeterde efficiëntie van het gezondheidssysteem via investeringen in IT. Ook opmerkelijk zijn de specifieke voorzieningen voor senioren wat op een toegenomen bereidheid wijst om de problematiek van de snelle vergrijzing aan te pakken.
Maar de 'lage CO2-uitstoot'-revolutie waar eerste minister Aso begin dit jaar zo prat leek op te gaan, is nog lang niet in zicht. Op het domein van zonne-energie – een sleutelcomponent in het pakket en een gebied waarin Japanse firma’s altijd al een voortrekkersrol hebben gespeeld – zal het programma een vraag van 80-100 megawatt creëren. Dat dekt volgens onze schattingen slechts ongeveer 5% van het wereldwijde overaanbod dat door ons op minimum 2 gigawatt wordt geschat. Naast het pakket voor zonne-energie is er ook financiering voorzien voor groene auto's, spoorwegen en energievriendelijke huishoudapparaten. Maar dit kan amper worden gezien als een nieuw groeimodel – de Japanse emissies zijn zowat de hoogste in de G-20. Tijdens door de VN georganiseerde gesprekken in juni klonk het nog dat Japan zijn CO2-emissie tegen 2020 met 15% zou verlagen in vergelijking met de uitstoot van 2005. Dat is toch alweer een stuk minder dan de door de democraten goedgekeurde maatregelen tijdens de bijeenkomst van het US House Energy and Commerce Committee om de emissies over diezelfde periode met 17% terug te schroeven. De EU toont zich bijvoorbeeld ambitieuzer in zijn beleid en wil de emissie met 20% verlagen tegenover de niveaus van 1990. Japan is dus zeker geen koploper in de revolutie en is door het Wereld Natuur Fonds (WWF) zelfs gebrandmerkt als het ‘zwakke broertje’.
Als Japan zich ondanks zijn alarmerend begrotingstekort nieuwe uitgaven kan veroorloven, wordt het misschien toch nog 'vijfde keer, goede keer’ voor het groene herstel dat analisten al sinds eind vorig jaar verkondigen. Eind augustus zijn er verkiezingen en de Democratische Partij van de oppositie, die voorligt in de opiniepeilingen, heeft voorgesteld om meer geld naar schone energie te laten vloeien. En ze hebben bovenal plechtig beloofd om meer ambitieuze emissienormen op te leggen en een systeem voor uitwisseling van emissierechten op te zetten, iets waarin de EU en de VS hen al zijn voorgegaan.
Wetswijzigingen in die zin zijn een slimme zet. Volgens ons zullen ze meer resultaat afwerpen op het vlak van schone technologie dan een nieuwe ronde van subsidies die in ieder geval amper opwegen tegen de ineenstorting van de schuldfinanciering voor hernieuwbare energie.
